Verantwoording: Eenmaal online is niets meer veilig

Genre: Achtergrondverhaal
Magazine: Elsevier
Doelgroep: Elsevier wordt gelezen door een brede bevolkingsgroep. Mannen en vrouwen die we in alle leeftijdscategorieën terugvinden. De Elsevier-lezers zijn hoog opgeleid, welstandig en behoren tot het actieve deel van de bevolking: ze werken of studeren. Elsevier doelt op een koopkrachtige doelgroep.

Het weekblad levert elke week om en nabij de 90 tot 100 pagina’s met verscheidene rubrieken. Terugkerende rubrieken zijn Foto van de week, Nederland, Buitenland, Economie, Kennis en Cultuur. Subcategorieën die je veel terugziet zijn Interview, Zaken, Geld, Digitaal en Stijl. Elsevier biedt overigens ruimte in het blad voor ingestuurde brieven, commentaren, terugblikken op overleden personen en puzzels.

Het gekozen onderwerp: Mijn eerste aanraking met problemen en gevolgen van digitalisering en het altijd online moeten zijn, heb ik ervaren tijdens mijn tweede stage. Deze volgde ik bij maandblad Computer!Totaal dat wordt uitgegeven door het in Amsterdam gevestigde mediaconcern IDG Nederland. Voor het magazine vertrok in eerste instantie naar Oost-Amsterdam voor de game Watch Dogs. Deze game gaat over een hacker, dus zijn er voor de gelegenheid experts van Deloitte Nederland uitgenodigd om de pers te laten zien hoe gemakkelijk het is om in te breken op apparatuur en hoe kwetsbaar wij ons opstellen met het gebruik van smartphones en tablets.

Omdat ik nog veel studieonderdelen had openstaan, heb ik er destijds niet veel mee gedaan. Pas afgelopen mei, vlak voor het einde van het studiejaar, kwam het idee in mij op om meer te doen met de online veiligheid. Zeker na berichtgevingen over AT5Monde die gehackt was door Islamitische Staat en de verwijten over en weer van Amerika en China over het afluisteren van gesprekken. Klaarblijkelijk zijn ook overheidsinformatie en televisiestations niet bestendig tegen de inmenging van hackers. Mijn grote vraag was hoe veilig het gebruik van internet in het algemeen is en of we ons wel kunnen beschermen tegen personen met kwade bedoelingen. We zijn immers allemaal verbonden op het wereldwijde web.

Ik heb veel research had gedaan over welke gevaarlijke situaties zich voordoen op het internet en wat de gevaren zijn van de digitalisering. Dit heeft mij geholpen om directe, duidelijke en concrete vragen te stellen aan mijn belangrijkste interviewkandidaat. Ik heb contact gezocht met Roel van Rijsewijk van Deloitte Nederland. Hij is vanuit dit bedrijf de expert of het gebied van cyber security en stuurt het team aan dat voor hem werkt. Hij was heel open in het gesprek en weet alles van beveiligingssystemen af. Belangrijker nog: hij weet ook hoe anderen zo’n systeem gebruiken om binnen te komen.

Door de hoeveelheid informatie heb ik niet direct mijn invalshoek kunnen vaststellen. Ik heb getwijfeld over hoe de overheid omgaat met privacygevoelige informatie en hoe de GGD met die gegevens omgaat. Wat zou dit betekenen voor ons? Anderzijds had ik mij kunnen focussen op gehackte particuliere bedrijven en identiteitsfraude. Uiteindelijk werd het ook dat niet. Daar heb ik bewust niet voor gekozen, omdat televisieprogramma’s als Opgelicht en Pauw die misstanden al meerdere malen aan het licht hebben gebracht.

Ik heb dus twee versies moeten schrappen en herschrijven om te voorkomen dat ik iets zou schrijven dat al zo vaak gepubliceerd of besproken is. In plaats daarvan heb ik gekeken naar ons gedrag en hoe waar wij als internetgebruikers voor op de hoede moeten blijven. Zeker in een tijd waarin we onze privégegevens op Facebook plaatsen en we onze bankzaken via smartphones regelen, is achtergrondinformatie over mogelijke gevaren belangrijk. Met het artikel ‘Eenmaal online is niets meer veilig’ laat ik zien dat ik over actuele en langlopende onderwerpen kan schrijven. Ook al heb ik mijn tijd anders moeten inplannen. Ik moest namelijk nog op zoek naar andere kandidaten om het artikel een betere lading mee te geven.

Om het verhaal dicht bij huis te houden, heb ik gekeken naar wat onze overheid doet aan preventie van cybercriminaliteit. Ik heb contact gezocht met Julia Rademaker, de woordvoerder van minister Plasterk. Zij verwees door mij naar het Nationaal Cyber Security Center, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de weerbaarheid van overheidsinstanties. De informatie die zij gaven sloot op bepaalde punten aan op wat Roel van Rijsewijk vertelde. Op basis daarvan heb ik Van Rijsewijk de leidraad van het verhaal gemaakt en heb dat aangevuld met informatie dat zowel het NCSC als de Fraudehelpdesk mij hebben gegeven.

Ik heb besloten dit verhaal voor Elsevier te schrijven, omdat het weekblad zich bezig houdt met actualiteit en ook langlopende actuele kwesties. De doelgroep bestaat uit zowel mannen en vrouwen, studenten en werkenden. Aangezien het onderwerp voor al deze mensen relevant is, sta ik achter de keuze om de actieve internetdoelgroep via Elsevier aan te spreken. Het artikel leent zich vooral voor de rubrieken Digitaal, Cultuur en Nederland. Op basis van de artikelen die terug te lezen zijn in Elsevier, is de rubriek Cultuur het meest geschikt. Vooral omdat het een langlopend onderwerp is dat nieuwe inzichten biedt, waarbij de rubriek cultuur ruimte wordt geboden voor veranderingen op cultureel gebied. Musea, mensontwikkeling en trends worden erin besproken.

De rubriek Digitaal biedt ook hoogstens twee pagina’s, waarop meerdere technologische ontwikkelingen worden besproken. Hij zou in deze rubriek het beste thuispassen als het artikel als hoofdonderwerp van het blad zou worden gebruikt en er daardoor automatisch meer ruimte voor publicatie beschikbaar zou worden gemaakt. Ook heb ik gelet op het aantal kaders dat er bij zulke artikelen wordt geplaatst en hoe ver die af staan van het directe onderwerp. Daar heb ik zo goed mogelijk op proberen in te spelen met informatie uit mijn research. Een klein addertje onder het gras zit hem in de huisstijl van het blad. Schrijf ik van nature in al mijn stukken quotes tussen dubbele aanhalingstekens, de huisstijl van Elsevier gebiedt mij dit met een enkel aanhalingsteken te doen. Dat heb ik dan ook toegepast.

In het artikel heb ik drie kaders toegevoegd om bepaalde onderwerpen uit te lichten.

Bronnen:

  • Roel van Rijsewijk – Hij is de specialist op het gebied van cyber security van Deloitte Nederland. Zijn kennis is van enorm belang voor het artikel.
  • Persevenement Ubisoft – Hierdoor ben ik op het idee voor het artikel gekomen tijdens mijn tweede stage.
  • Julia Rademaker , woordvoerder minister Plasterk – Zij kon mij verwijzen naar het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC).
  • NCSC – Dit instituut verschafte informatie over de beveiliging van persoonsgegevens. Ook is hun nieuwe veiligheidsplan met betrekking tot overheidsinstituten terug te vinden op de website.
  • André Vermeulen van Fraudehelpdesk.nl – Hij kon aangeven hoeveel fraudezaken gemeld worden en hoeveel er bekend zijn. De verhoudingen schetsen een beeld en vullen het artikel aan.
  • Trouw – Het artikel van trouw over de aanklacht tegen Facebook. Dit is van belang om aan te geven dat ook Facebook niet veilig is en dat ze aangepakt kunnen worden.
  • Nu.nl – Zij hebben een dossier van Diginotar aangelegd en informatie over de gestolen DigiD’s in Amsterdam.
  • Amerikaanse Center for Strategic and international Studies – Deze bron is belangrijk omdat het informatie verschaft over de financiële schade die wordt geleden in Nederland door cybercriminaliteit.
  • NewYork Times – Deze bron is handig voor kaderinformatie http://www.nytimes.com/2015/02/15/world/bank-hackers-steal-millions-via-malware.html?_r=2
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s